Nieuwe gifregels knaagdieren: meer overlast of betere aanpak?
Sinds 2023 gelden in Nederland strengere regels voor het gebruik van muizen- en rattengif. Bestrijders merken het in de praktijk: meer klanten, meer plaagdieren, en een werkwijze die flink is veranderd. Maar is de toename van overlast echt het gevolg van de nieuwe regels? En werkt Integrated Pest Management in elke situatie even goed?
Wat er veranderde in 2023
Particulieren mogen de meeste soorten knaagdierengif sinds 2023 niet meer kopen. Professionele bestrijders mogen het nog wel gebruiken, maar alleen als zij gecertificeerd zijn. En ook dan is gif niet meer de eerste stap. Wie gif inzet, moet eerst aantonen dat preventieve maatregelen zijn genomen: kieren en gaten dichten, voedsel beter opbergen, de omgeving minder aantrekkelijk maken voor muizen en ratten.
Deze werkwijze heet Integrated Pest Management, afgekort IPM. Het draait niet om één ingreep, maar om een combinatie van weren, monitoren, hygiëne en vallen. Gif is de laatste stap, niet de eerste. Gecertificeerde bestrijders moeten hun aanpak uitgebreid vastleggen in rapportages. De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert of zij zich aan de regels houden.
De reden voor de strengere regels is helder. Rodenticiden zijn niet duurzaam en niet diervriendelijk. Muizen en ratten sterven er langzaam en pijnlijk van. Bovendien raakt gif niet alleen het doelwit. Uilen, vossen, honden en katten kunnen indirect vergiftigd worden als zij een vergiftigd knaagdier eten. En bij verkeerd of te frequent gebruik kunnen knaagdierpopulaties resistentie opbouwen.
Signalen van meer overlast
Toch zijn er duidelijke signalen dat de overlast toeneemt. Het aantal spoedsluitingen van winkels en horeca vanwege plaagdieren steeg van 34 in 2023 naar 57 in 2024. In 2025 waren dat er al 75. In de meeste gevallen ging het om muizen. RTL Nieuws meldde eerder dat het aantal ernstige overtredingen in winkels en horeca met ratten in twee jaar tijd verviervoudigde. Een video van ratten in een Amsterdamse snackbar zette het probleem op de kaart. Ook ministeries in Den Haag zouden met muizenoverlast kampen.
Maar het verband is niet bewezen
Het KAD plaatste vraagtekens bij die conclusie. Meer overlast heeft mogelijk meerdere oorzaken. Klimaatverandering vergroot de overlevingskansen van knaagdieren. Meer afval in de leefomgeving helpt rattenpopulaties groeien. En er is een ander probleem: niemand houdt in Nederland precies bij hoeveel ratten en muizen er zijn. Het RIVM had eerder een rattenmonitor, maar die bestaat niet meer omdat de financiering stopte. Gemeentelijke meldpunten geven geen volledig beeld, want meer meldingen kunnen ook betekenen dat melden makkelijker is geworden. De stijging van het aantal ingeschakelde bestrijders kan ook komen doordat particulieren en bedrijven nu eerder professioneel advies zoeken, simpelweg omdat ze zelf minder mogen doen.
De discussie gaat dus deels over waargenomen overlast, niet over exacte populatiecijfers. Er zijn duidelijke signalen van problemen, maar geen volledig landelijk meetinstrument.
IPM werkt niet overal even goed
In winkels, horeca en woningen lijkt IPM goed toepasbaar. Toegang, hygiëne en voedselbronnen zijn er beter controleerbaar. Op agrarische bedrijven is dat ingewikkelder. Stallen zijn moeilijk of onmogelijk volledig af te sluiten voor muizen en ratten. Ventilatie en open deuren maken agrarische gebouwen structureel kwetsbaarder. Er is altijd veel voer aanwezig.
Boeren kunnen zelf een bestrijdingscertificaat halen om gif te mogen gebruiken. Wie dat doet, moet de situatie continu monitoren en vroeg ingrijpen. Volgens branchevereniging Plan gebeurt dat vroege ingrijpen in de praktijk niet altijd voldoende. Op het platteland is de omgeving opener, voedselrijker en ecologisch complexer, waardoor preventie alleen sneller tekortschiet.
De tegenstelling zit dan ook niet zozeer in de theorie van IPM, maar in de praktijk. De aanpak vraagt structurele discipline: regelmatig controleren, snel bijsturen, en de administratie op orde houden. Dat is een andere manier van werken dan het plaatsen van lokdoosjes langs muren en plinten, wat een plaag in enkele dagen onder controle brengt. Snelheid en eenvoud zijn precies de reden waarom sommige bestrijders moeite hebben met de nieuwe aanpak.
Wat dit betekent voor de praktijk
De nieuwe regels vragen meer van bestrijders: meer kennis, meer rapportage, meer tijd per klant. Tegelijk neemt het aantal klanten toe, omdat particulieren en bedrijven vaker een professional nodig hebben. Voor gecertificeerde bestrijders biedt dat kansen. De drempel voor wie het vak serieus neemt, is gestegen. Wie de nieuwe werkwijze goed beheerst, onderscheidt zich.
De vraag blijft of IPM voldoende is als het knaagdierprobleem structureel groeit. Zonder een goed landelijk meetinstrument blijft het antwoord voorlopig onzeker. Wat wel zeker is: de discussie over gif, preventie en overlast is nog lang niet voorbij.






